Noordgrens Romeinse Rijk

noordgrens van het Romeinse Rijk

Julius Civilis onderhandelt over zijn overgave

Julius Civilis buigt voor de Romeinen

Romeinse Rijk   Bataven en Romeinen

Het huidige Nijmegen ligt op een strategische plek,

aan de noordgrens van het vroegere Romeinse Rijk.

Het huidige Nijmegen ligt op een strategische plek, aan de noordgrens van het vroegere Romeinse Rijk.

Bij de verovering van Gallië zou Julius Caesar al rond het jaar 50 voor christus onze streek bereikt hebben. Het duurt nog bijna 40 jaar voor het Romeinse leger het zuiden bezet van wat nu Nederland heet. De grens tussen het Romeinse Rijk en Germanië werd getrokken langs de Rijn. De verdedigingslinie (de limes) met wachttorens en forten liep in onze streek langs wat we nu Nederrijn, Oude Rijn en Kromme Rijn noemen.

Op uitnodiging van de Romeinen vestigen zich verschillende Germaanse stammen in deze streek: de Cananefaten en de Bataven. Volgens de Romeinse geschiedschrijving waren de Germaanse Bataven weliswaar barbaren, maar echte vechtersbazen en ze konden goed zwemmen. Dus kon je er maar beter mee samenwerken. In ruil voor hun diensten werden Bataven vrijgesteld van belastingen en mochten ze een nederzetting bouwen:  Oppidum Batavorum. Dat dorp lag ongeveer op de plek van het huidige Kelkensbos. Op de Scholenhof zijn bij opgravingen onlangs resten gevonden van het oudste stenen huis uit die tijd. 

Vele jaren leven Romeinen en Bataven vreedzaam naast elkaar. Bataven waren goede ruiters en daarom zette Rome ze graag in als bijzondere garde [equites singulari ] voor de bewaking van hun keizers. Zo komen de Bataven ook in Rome terecht. Maar de Romeinen eisen steeds meer troepen en gaan zelfs belasting heffen. Dat is in strijd met de afspraken. Bij de Bataven groeit de onvrede. Zij zien zichzelf als een vrij volk. Als in 69 na christus de Romeinse keizer sterft en er maar liefst vier opvolgers om de macht strijden, maken de Bataven onder leiding Julius Civilis van de gelegenheid gebruik om in opstand te komen. De gevechten die volgen worden door de Romeinse historicus Tacitus beschreven als de Bataafse opstand van 69-70.

Eerst boeken de Bataven succes. Maar uiteindelijk moet Julius Civilis de Romeinse overmacht erkennen. Bij hun terugtocht steken zij Oppidum Batavorum in brand. Na het sluiten van vrede zijn Bataven en Romeinen weer bondgenoten. Er wordt een nieuwe nederzetting gebouwd, aan de Waal ter hoogte van het huidige Waterkwartier. Keizer Trajanus geeft het dorp in het jaar 100 een speciale status en noemt het Ulpia Noviomagus. Als stadje maakt het ruim een eeuw lang een grote bloei door.

Germaanse stamoudere met jongeling. Uit: Groot Vertelboek van de geschiedenis des vaderlands,1928.

Tussen 200 en 300 neemt het Romeinse leger noodgedwongen veel barbaren in dienst. Ook zij mogen zich vestigen in de grensstreek, in ruil voor hun hulp bij de verdediging. Zij verdringen de Bataven, totdat die spoorloos uit de geschiedschrijving verdwijnen. Na een paar generaties bestaat het Romeinse leger in deze streek voornamelijk uit plaatselijke strijders met eigen aanvoerders en een enkele Romeinse officier of gezagsdrager.

Aan het eind van de 4de eeuw is het Romeinse Rijk verzwakt en vallen de Germaanse stammen steeds vaker het West-Romeinse rijk binnen. Door economische problemen en interne machtsstrijd zijn de Romeinen hier niet meer tegen bestand. Wanneer de stad Keulen ± 450 in handen valt van de Germaanse Alemannen, wordt onze streek definitief afgesneden van het gezag in Rome.

De val van het West-Romeinse rijk luidt in West-Europa het begin van de Middeleeuwen in. Dit gebeurde echter niet op een specifiek moment in de geschiedenis, maar was een proces dat eeuwen in beslag nam.


Om over na te denken...  Ruim vier eeuwen is onze streek deel van het Romeinse rijk geweest. Plaatselijke stammen, zoals de Bataven, werkten samen met de Romeinen. De Bataven leverden strijders voor het Romeinse leger, dienden als lijfwacht van keizers en hebben overal in het Romeinse rijk sporen achtergelaten. Bataven en Romeinen woonden samen in Ulpia Noviomagus. Op den duur gebruikten ze Romeinse namen en aanbaden Bataven de Romeinse goden . Romeinen aanbaden ook plaatselijke goden als ze daarin hun eigen goden herkenden. Rond 400 wordt er in Romeinse geschriften voor het laatst over Bataven gesproken. Ze lijken in rook opgegaan. Wat is er gebeurd denk je?

verder lezen